Nertsenfokkers niet belonen maar omscholen

De compensatieregeling voor nertsenfokkers stelt hen in staat hun bedrijf te verplaatsen naar het buitenland. Het zou beter zijn de fokkers een ander vak te leren.

(Opiniestuk in NRC, 8 september 2020)

Als je de kans krijgt om met een nertsenfokker een kuierrondje door zijn stallen te lopen, als je wilt weten wat iemand bezielt om tienduizenden wilde dieren in schoenendozen met een bodem van kippengaas een leven lang rondjes te laten draaien, laat dan eens het woord ‘liefde’ vallen. Wees er wel snel bij, over zeven maanden zijn alle nertsenfokkers uit ons land verdwenen.

En begin niet over deze waterdieren, die nooit zullen zwemmen, die in die gaskist daar in de hoek voordat ze stikken vijf minuten hun adem kunnen inhouden. Vraag liever naar zijn ‘levenswerk’. Dan lijkt er iets over hem te komen.

Van mijn onderzoek voor mijn roman Pels herinner ik me plots de hand van een fokker tegen mijn bovenarm. Liefde, ja, zo voelde hij dat. Voor dieren die hij zelf op de wereld hielp en zelf afpelste. Wat was er mooier dan dat? Waarom was de wereld tegen hem?

Op bijna vijftig van de 120 nertsenfokkerijen is het coronavirus aangetroffen. Nu deze sector een bedreiging vormt voor de volksgezondheid is besloten het nertsenfokverbod uit 2012, dat in zou gaan op 2024, drie jaar naar voren te halen.Destijds is al een compensatie afgesproken van 32 miljoen euro. Hiernaast wordt 40 miljoen euro uitgekeerd aan houders wier dieren vroegtijdig worden gedood. Eigenlijk is hier het ‘Diergezondheidsfonds’ (sic) voor opgericht, waar overheid en kippen-, varkens- en koeienboeren jaarlijks tientallen miljoenen in storten, maar nertsenfokkers niet.

Intussen blijven de besmettingen komen, dus die veertig miljoen is niet genoeg.

Daarbovenop wil minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) als extra compensatie 150 miljoen euro aan de fokkers meegeven, zonder vermogenstoets. Dit is 222 miljoen euro in totaal. Een paar miljoen per fokker, tientallen miljoenen voor vermogende fokkers, die al in Denemarken fokkerijen opzetten en dit kapitaal wel kunnen gebruiken.

Toch zijn ze zeer teleurgesteld. Ze runnen een ‘legaal’ bedrijf en moeten stoppen. Om hun diepte-investeringen in kippengaas, kwakjes voer en gasflessen terug te verdienen, zouden ze tien jaar krijgen. Alleen dan kwamen ze aan de miljard euro voor een break even. Daar gaan nu drie jaar vanaf, dus ze hebben nog recht op 300 miljoen. Het dubbele dus van die ‘fatsoenlijke stoppersregeling’, waar CDA, VVD, ChristenUnie, GroenLinks, PVV én FVD mee instemden. Rekenen kan de fokker goed.

Maar gauw terug naar zijn liefde voor de dieren. Hoewel het onmogelijk was om te dwalen, door de onberispelijke kampinrichting, dwaalde de fokker die me rondleidde dromerig langs de lange rijen kooitjes. Geen stro, geen speeltjes. Investeringen, nergens voor nodig. Solitaire dieren, aartsvijanden, zij aan zij. Nergens een verzorger te zien ook. Hij richtte het bestaan van dieren zo in dat ze nog net overleefden, op het puntje van hun kunnen worstelend voor de beste vacht, terwijl het hem zo min mogelijk tijd en geld kostte.

Om ons heen klonk mysterieus geritsel en geroezemoes. Schimmen verstopten zich achterin kooitjes. Zwart glinsterende ogen staarden ons na. Wat zag de fokker? Beteugelde natuur? Zielloze bontautomaatjes? Zijn dieren zaten hoe dan ook veilig, kregen elke dag te eten en kregen geen 240 volt aan hun kont, maar een genadig einde in de kist. Kwam hier eens om in China, waar geen welzijnseisen waren, laat staan handhaving. Dankbare diertjes, die hem gedienstig hielpen zijn gezin te onderhouden. Om, oké, een zwembad achter de villa aan te leggen.

In 1995 al stelde Bont voor Dieren vast dat zeventig procent van de Nederlanders het onaanvaardbaar vindt dat we dieren houden voor hun pels. In juli 1999 werd een motie van Kamerlid Swildens-Rozendaal (PvdA) aangenomen: Nederland ging stoppen met de bontindustrie. Volgde een lange reeks aan wetsvoorstellen, nadere onderzoeken, initiatiefwetsvoorstellen, juridische adviezen, rechtszaken en nog meer moties en Kamervragen voordat in 2012 definitief werd besloten dat de nertsenfokkerij uit ons land ging verdwijnen. Geen tien jaar tijd om af te bouwen dus, maar zelfs een kwart eeuw om op je je bloederige klompen aan te voelen dat dit land geen behoefte heeft aan jouw liefde voor dieren. Geen zin om naar Polen te verhuizen om daar je levenswerk voort te zetten? Werd het dan misschien tijd om een ander vak te leren?

Sinds een jaar of acht is de bontindustrie ingestort. Bracht een armzalig vel eerst nog 70 euro op, nu amper twintig. Sommige fokkers stopten er maar mee.

Ik sprak een fokkersgezin waarvan pa en ma al met pensioen waren. De kinderen waren iets heel anders gaan doen. Ma was nog fel, ze hield vol dat er „niks mis was met hun business”. Maar pa was gaan twijfelen. Toen zijn zoon, die als kind in de stallen had moeten meewerken, zijn vader voorhield dat wat zij met dieren deden eigenlijk niet kon, begon hij te knikken. Hij had er geen spijt van, maar hij zag wel in dat het niet zo mooi was, allemaal.

De meeste fokkers gingen wel door. Want de bank adviseerde om door te gaan. Ze hadden toch recht op tien jaar. Het was zaak koers te houden. Om te blijven investeren in de zaak, om uit te breiden, de markt trok wel weer aan. Maar in plaats van een hausse kwam Covid-19. Nertsen bleken vatbaar voor corona. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kwam al jaren niet meer op de fokkerijen, maar nu ineens wel, want niet het welzijn van de dieren was in het geding, maar de volksgezondheid.

Er kwam een premie op elk vroegtijdig geruimd dier. Het werd lucratief om te niezen boven de kooitjes; een vervroegd verbod werd een zegen. Jonge nertsen, fokteven, dekreuen, alles moest weg, ook uit een stukje liefde voor die dieren. De gaskisten konden het aanbod niet aan. Met een miljoentje of twee kon je in het buitenland opnieuw beginnen. Op raadselachtige wijze raakte in korte tijd de helft van alle nertsenverzorgers besmet en bijna de helft van alle fokkerijen.

Waarom neemt Nederland afscheid van de bontindustrie? Om ethische redenen. Zo willen we niet met dieren omgaan. Bij dit argument voegt zich nu het argument van corona, de volksgezondheid. Aanzwellende maatschappelijke druk, waaronder we eerder afscheid namen van sectoren en gebruiken waar we geen behoefte meer aan hebben: asbest, knalvuurwerk, Zwarte Piet. Zonder ze rijkelijk te compenseren.

Gezien de schade die nertsenfokkers berokkenden is niet beloning, maar reïntegratie op zijn plaats. Laten we ze helpen met het zoeken van een beroep waar we behoefte aan hebben. Als ze maar nooit meer iets met dieren mogen doen. Zo zou het ook moeten gaan met de uitfasering van bovenbazen in sigaretten, varkens, kindermarketing, konijnen, fossiele brandstoffen, eenden, Schiphol, geiten, kippen, koeien. Schadelijke sectoren, moreel niet meer te verdedigen. Geen plaats voor in een duurzame economie. Stop ermee, zonder al deze miljonairs op gang te helpen in het buitenland.

Link naar NRC inclusief alle reacties:

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/09/08/nertsenfokkers-moet-je-niet-belonen-maar-omscholen-a4011155